De bereidheid om samen te werken is er. Maar waar haal je de tijd vandaan als de agenda al vol zit? Die vraag klinkt tijdens gesprekken met professionals in Moerwijk en Morgenstond. Hun ervaringen laten zien wat nodig is om wijksamenwerking op gang te brengen: aandacht voor de werkdruk, het personeelstekort, passende ondersteuning en concrete voorbeelden van de meerwaarde van (domeinoverstijgend) samenwerken.
Lars van der Salm ondersteunt vanuit Wijken Gezonder de ontwikkeling van wijksamenwerkingsverbanden (WSV’s). Tijdens de eerste gesprekken in deze wijken ontmoet hij, samen met de betreffende wijkcoördinator, professionals die de meerwaarde van samenwerking herkennen. Zij willen elkaar beter vinden en gezamenlijk werken aan wat hun wijk nodig heeft. Tegelijkertijd stellen zij een praktische vraag: hoe past dat naast het werk dat er al ligt?
Een vergoeding voor deelname helpt, maar maakt een volle agenda niet vanzelf leger. De start van een WSV vraagt om kennismaken, afstemmen en samen keuzes maken. Dat kost tijd, terwijl de opbrengst vaak pas later zichtbaar wordt.
Wat levert het op in het dagelijkse werk?
In Moerwijk kwamen vertegenwoordigers van een huisartsenpraktijk, een fysiotherapiepraktijk en een apotheek bijeen. Zij willen zich inzetten voor de samenwerking, maar bespraken ook wat nodig is om hun achterban mee te krijgen. Zo gaven huisartsen aan dat er eerst ruimte in de agenda gecreëerd moet worden voordat deze stap gemaakt kan worden.
Fysiotherapeut Arjen van Zon bracht daarbij een concreet voorbeeld in: zou gezamenlijk inkopen van een systeem waarmee professionals werken tijd of geld kunnen besparen? Als samenwerking op die manier ruimte oplevert, wordt het makkelijker om ook tijd vrij te maken voor het WSV.
Het is een suggestie, geen afspraak over gezamenlijke inkoop. Maar het voorbeeld stipt een belangrijk punt aan: professionals willen begrijpen hoe zij ondersteund worden in het samenwerkingsverband en wat dit voor hun dagelijks werk oplevert.
Een dilemma bij de start
Daar zit een dilemma. Om passende ondersteuning te organiseren, moet eerst duidelijk zijn waar professionals tegenaan lopen. Daarvoor moeten zij elkaar spreken. Maar voor die gesprekken is juist de tijd nodig die zo schaars is.
In het ondersteuningsoverleg Moerwijk werd daarom besproken hoe het RESV randvoorwaarden hulp kan bieden die samenwerking makkelijker maakt. Ook informatievoorziening en systemen kunnen daarin een rol spelen. Welke ondersteuning passend is, vraagt om verdere uitwerking vanuit de behoeften in de wijk.
De eerste stap is dus om samen scherp te krijgen waar het knelt. Wat vraagt nu onnodig veel afstemming? Welke verbinding ontbreekt? En wat zou helpen om inwoners beter te ondersteunen? Zulke concrete vragen geven richting aan de samenwerking.
Leren van wat elders al gebeurt
Om de mogelijkheden tastbaarder te maken, wil Lars ervaringen ophalen uit andere wijken, waaronder de Schilderswijk. Het wijksamenwerkingsverband heeft voor Schilderwijk al veel opgeleverd. Voornamelijk dat nu beter vraaggericht gewerkt kan worden, omdat de professionals zelf input leveren voor de op te pakken thema’s en omdat de juiste aanspreekpunten in de wijk worden gevonden. Zo zijn er extra PATZ-groepen begonnen, is er een zelfzorgproject gericht op een gezonde arbeidsmarkt gestart en is het Mentale GezondheidsNetwerk gestart onder uitvoering van Haaglanden Gezonder!.
Wijken Gezonder is de wijkgerichte aanpak binnen de bredere beweging Haaglanden Gezonder!. Professionals en partners in wijksamenwerkingsverbanden vertalen regionale ambities naar passende zorg, ondersteuning en gezondheid dichtbij.
Voorbeelden uit wijken met vergelijkbare opgaven kunnen helpen om het gesprek met de achterban te voeren. Ze laten zien hoe je kunt beginnen en welke keuzes anderen hebben gemaakt.
Daarbij past ook eerlijkheid over de voortgang. Veel WSV’s staan nog aan het begin van de uitvoering. Er zijn al activiteiten en ervaringen om te delen, maar niet overal zijn de resultaten al zichtbaar of meetbaar; samenwerking heeft tijd nodig.
Iedere wijk heeft een eigen vertrekpunt
Sommige wijken bouwen voort op jarenlange samenwerking. In andere wijken moeten de eerste verbindingen nog ontstaan. Tegelijkertijd vragen de dagelijkse vraagstukken veel van deze professionals.
Dat vraagt om een passend tempo en aandacht voor wat er al gebeurt. Welke initiatieven zijn actief? Welke ondersteuning is beschikbaar? En waar ontbreekt nog iets? Door daarop aan te sluiten, kan een WSV verder bouwen aan de samenwerkingen die al bestaan en die de wijk nodig heeft.
Het verlangen naar tijd verdient daarom vanaf het begin een plek aan tafel. Door die serieus te nemen en samen haalbare stappen te kiezen, ontstaat een basis waarop professionals verder kunnen bouwen.
Wat helpt in jouw wijk?
Hebben jullie een manier gevonden om die eerste stap in samenwerking werkbaar te maken? Of herken je deze vragen? Deel je ervaringen via info@wijkengezonder.nl. Zo kunnen wijken van elkaar leren.